Close

Aan de keukentafel van zijn appartement vertelt Jaap van Duijn een ongelooflijk maar waar gebeurd verhaal. Zijn vader was lang geleden tuinman. Toen de oorlog uitbrak, ging hij als jongeman werken bij een Duitse hovenier. Een prima dekmantel, vond Van Duijn senior, want in het ouderlijk huis in Hengelo waren verschillende joden ondergedoken. Op een dag vroeg de kwekerij om mensen voor een klus ergens in Polen. Jaap van Duijn ging, hij werd tuinman van Auschwitz. Zijn taak was het om het groen aan te leggen en te onderhouden rondom de barakken voor (joodse) gevangenen.

Het was 1942. Bijna niemand in Nederland wist wat er gebeurde in kampen als Auschwitz. Maar Jaap zag en hoorde welke onvoorstelbare misdaden de Duitsers hier aanrichtten. Hij rook de geur van de gaskamers, van de verbrande lijken. Hij moest de mensen waarschuwen, vond hij. En dus ging de tuinman tijdens zijn kerstverlof naar de Joodse Raad in Amsterdam. De tuinman werd klokkenluider. Maar tot zijn frustratie werd hij niet geloofd. Niemand deed iets met zijn schokkende relaas.

Na de oorlog heeft Van Duijn zijn trauma’s nooit een plek kunnen geven. Hij was gefrustreerd en hypernerveus. Zoon Jaap junior heeft nooit begrepen wat er aan de hand was. Totdat vader was overleden en moeder vroeg of hij misschien diens oude dag- en plakboeken wilde hebben. Anders gingen ze de kachel in… Na het lezen van de boeken kon Jaap van Duijn het amper bevatten. Eindelijk begreep hij wat zijn vader al die jaren had moeten doorstaan.
Ik schrijf het verhaal voor het Jaarboek Hengelo. Het is slechts een bescheiden vorm van erkenning voor de nooit begrepen tuinman van Auschwitz.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Go top